Wil je zelf aan je auto werken, dan moet je soms een wiel vrij van de grond krijgen. Een auto veilig opkrikken begint niet bij het optillen zelf, maar bij een goede voorbereiding. Kies een stevige, vlakke ondergrond, gebruik de juiste krikpunten en vertrouw nooit alleen op de krik wanneer je onder de auto wilt werken.
In dit artikel lees je stap voor stap hoe je dat aanpakt. De uitleg geldt als algemene richtlijn. Controleer altijd eerst de handleiding van jouw auto, omdat de krikpunten en werkwijze per model kunnen verschillen.
Wanneer moet je een auto opkrikken
Je gebruikt een krik meestal voor een korte klus aan een wiel of de ophanging. Denk aan het verwisselen van een wiel, het controleren van een band, het vervangen van remonderdelen of het uitvoeren van een eenvoudige controle aan de onderkant van de auto.
Voor sommige werkzaamheden hoef je de auto maar kort op te tillen. Bij andere klussen moet je langer en stabieler werken. Dat verschil is belangrijk. Een gewone autokrik is bedoeld om de auto op te tillen. Hij is niet automatisch geschikt om de auto langere tijd te dragen terwijl jij eronder werkt.
Wat heb je nodig om veilig te werken
Leg alles klaar voordat je begint. Zo hoef je niet met een opgetilde auto heen en weer te lopen. Je hebt meestal het volgende nodig:
- een geschikte krik voor jouw auto
- steunen die het gewicht van de auto kunnen dragen
- wielblokken of een stevig alternatief om rollen te voorkomen
- de wielmoersleutel of een passende dopsleutel
- de handleiding van de auto
- werkhandschoenen en eventueel een veiligheidsbril
Gebruik geen losse stenen, houten blokken of andere geïmproviseerde voorwerpen als steun. Zulke materialen kunnen verschuiven of breken. Controleer ook of de krik en de steunen onbeschadigd zijn. Let op verbogen delen, lekkage, scheuren en een slecht werkend mechanisme.
De juiste plek kiezen
Zet de auto op een harde, vlakke en stabiele ondergrond. Een verharde oprit of een vlakke garagevloer is meestal geschikt. Zachte grond, gras, grind of een schuine straat maken het risico groter dat de krik wegzakt of de auto verschuift.
Parkeer de auto voordat je begint. Zet de versnellingsbak in de eerste versnelling of in de parkeerstand bij een automaat. Trek de handrem stevig aan. Zet de motor uit en haal de sleutel uit het contact. Bij een auto met een startknop leg je de sleutel op voldoende afstand wanneer dat volgens de handleiding nodig is.
Werk je langs de openbare weg, kies dan liever een veilige plek voordat je de auto optilt. Een krik gebruiken op een vluchtstrook of vlak naast rijdend verkeer brengt extra gevaar met zich mee. Bel in zo’n situatie liever pechhulp als je niet veilig kunt werken.
Controleer de krikpunten
Elke auto heeft aangewezen krikpunten. Deze bevinden zich vaak bij de dorpel, in de buurt van de wielen, maar de precieze plaats verschilt per model. Je vindt de informatie meestal in de handleiding. Soms staat er ook een markering op de dorpel of onder de auto.
Plaats de krik alleen op een punt dat daarvoor bedoeld is. Een willekeurig stuk plaatwerk kan indeuken of beschadigen. Ook onderdelen van de uitlaat, bodemplaat of wielophanging zijn niet automatisch geschikt als steunpunt.
Maak het krikpunt zo nodig vrij van vuil of losse delen. Controleer daarna of de kop van de krik goed aansluit. De krik moet recht onder het steunpunt staan en mag niet schuin worden belast.
Zo krik je de auto veilig op
- Lees eerst de aanwijzingen in de handleiding van je auto en controleer het type krik.
- Zet de auto op een vlakke, harde ondergrond.
- Schakel de motor uit, trek de handrem aan en zet de auto in de versnelling of parkeerstand.
- Blokkeer de wielen die op de grond blijven staan.
- Draai wielmoeren eventueel een klein stukje los voordat je het wiel optilt. Doe dit alleen wanneer de auto nog op de grond staat.
- Plaats de krik recht onder het juiste krikpunt.
- Til de auto langzaam op en controleer tussendoor of de krik stabiel blijft staan.
- Breng de auto hoog genoeg omhoog voor de klus, maar niet hoger dan nodig.
- Plaats een geschikte steun onder een daarvoor bedoeld sterk draagpunt.
- Laat de auto voorzichtig op de steun zakken als je onder de auto moet werken.
Stop direct wanneer de krik kantelt, kraakt, wegzakt of niet recht blijft staan. Laat de auto dan rustig zakken als dat veilig kan. Verplaats de auto pas nadat je de oorzaak hebt gevonden.
Gebruik steunen bij werk onder de auto
Wil je alleen een wiel wisselen, dan duurt het optillen meestal kort. Toch moet je ook dan voorzichtig blijven. Wil je onder de auto kijken of een onderdeel losmaken, gebruik dan altijd geschikte assteunen of andere daarvoor bedoelde voertuigsteunen.
Zet de steunen op stevige draagpunten die de fabrikant daarvoor aanwijst. Plaats ze niet zomaar onder een dunne bodemplaat of een kwetsbaar onderdeel. Zorg dat beide steunen stabiel en op gelijke hoogte staan wanneer je een as of beide kanten van de auto optilt.
Laat de auto langzaam op de steunen zakken. Schud daarna niet hard aan de auto en controleer voorzichtig of hij stabiel staat. Een lichte controlebeweging kan laten zien of de auto goed rust, maar ga nooit onder een auto staan die nog niet stevig wordt gedragen.
De krik mag als extra hulpmiddel aanwezig blijven, maar hij vervangt de steunen niet. Laat ook geen lichaamsdelen onder een auto komen zolang die alleen door een losse krik wordt gedragen.
Een wiel losmaken na het opkrikken
Wanneer je een wiel verwijdert, controleer dan eerst of de auto stabiel staat. Leg het losgenomen wiel eventueel plat onder een stevig deel van de auto als extra voorzorg. Zie dit niet als vervanging van een steun, maar als aanvullende maatregel.
Werk rustig en gebruik passend gereedschap. Als een wielmoer niet loskomt, oefen dan geen ongecontroleerde kracht uit terwijl je naast een instabiele auto staat. Laat de auto indien nodig zakken en vraag hulp of gebruik geschikt gereedschap volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
Na het terugplaatsen draai je de wielmoeren eerst handvast aan. Laat de auto daarna zakken voordat je ze definitief vastzet. Gebruik voor het juiste aanhaalmoment de gegevens uit de handleiding of laat dit controleren door een garage. Het vereiste moment kan per auto en type wiel verschillen.
Veelgemaakte fouten bij het opkrikken
De auto op een helling optillen
Een helling vergroot de kans dat de auto of de krik verschuift. Ook een aangetrokken handrem voorkomt niet ieder risico. Zoek daarom een vlakke plek voordat je begint.
De verkeerde plek onder de auto gebruiken
Niet elk stevig uitziend onderdeel is geschikt om het gewicht van de auto te dragen. Een verkeerde plaats kan schade veroorzaken of de krik laten wegglijden. Volg altijd de aanwijzingen voor jouw model.
Alleen op de krik vertrouwen
Een krik is bedoeld om te heffen. Hij geeft niet dezelfde stabiele ondersteuning als een geschikte steun. Ga nooit onder een auto liggen die alleen op de krik staat.
Te hoog opkrikken
Hoe hoger je de auto optilt, hoe groter de instabiliteit kan worden. Til alleen zover op als voor de klus nodig is. Controleer vooraf hoeveel ruimte je nodig hebt voor het wiel of onderdeel.
Geen rekening houden met de ondergrond
Op zachte grond kan een krik wegzakken. Een losse plank of tegel is niet vanzelf een veilige oplossing. Kies liever een andere plek met een harde en vlakke ondergrond.
Na de klus laat je de auto rustig zakken
Haal eerst al het gereedschap, losse onderdelen en eventuele steunen uit de directe buurt. Controleer of niemand naast of onder de auto staat. Til de auto met de krik net genoeg op om de steunen vrij te maken en verwijder die voorzichtig.
Laat de auto langzaam zakken. Houd je handen en voeten weg van de ruimte tussen de auto en de grond. Zodra het wiel weer volledig op de grond staat, verwijder je de krik en haal je de wielblokken weg. Controleer daarna of alle onderdelen goed vastzitten voordat je gaat rijden.
Maak na een klus aan een wiel altijd een korte controle. Kijk of het wiel recht staat, of er geen gereedschap is achtergebleven en of de band goed op zijn plaats zit. Bij twijfel over de stabiliteit, een beschadigd krikpunt of een onderdeel van de ophanging kun je de auto beter door een garage laten nakijken.
Wanneer kun je beter hulp inschakelen
Niet iedere klus is geschikt om zelf uit te voeren. Schakel hulp in wanneer je geen geschikte steunen hebt, de ondergrond onveilig is of je niet zeker weet waar het juiste krikpunt zit. Dat geldt ook wanneer de auto na het optillen scheef staat, de krik wegzakt of een draagpunt roestig en beschadigd lijkt.
Een kleine voorbereiding maakt het verschil. Door de juiste plek te kiezen, de auto goed te blokkeren en nooit onder een onveilig ondersteunde auto te werken, verklein je de risico’s aanzienlijk. Neem bij twijfel geen risico en laat de klus uitvoeren door iemand met de juiste kennis en middelen.
