Wil je weten hoe controleer je het oliepeil van je auto? Zet de auto op een vlakke ondergrond, laat de motor afkoelen en gebruik de peilstok in de motorruimte. Zo zie je snel of het oliepeil tussen het minimum en maximum staat. Is het peil te laag, vul dan voorzichtig de juiste motorolie bij.
Waarom het oliepeil controleren belangrijk is
Motorolie smeert de bewegende onderdelen in de motor. Ook helpt de olie om warmte af te voeren en vuil mee te nemen. Een te laag oliepeil kan ervoor zorgen dat onderdelen minder goed worden gesmeerd. Dat kan motorschade veroorzaken.
Een controle kost meestal maar een paar minuten. Toch slaan veel automobilisten deze eenvoudige controle over. Vooral bij een oudere auto, na een lange rit of voor een lange vakantie is het verstandig om even onder de motorkap te kijken.
Het oliepeil vertelt niet alles over de toestand van de motorolie. Olie kan bijvoorbeeld verouderd of vervuild zijn terwijl het niveau goed is. Houd daarom ook het onderhoudsschema van je auto aan. Meer algemene aandachtspunten vind je in het artikel over slim onderhoud voor je auto.
Wanneer controleer je het oliepeil
Controleer het oliepeil bij voorkeur wanneer de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor niet heet is. Na een rit zit een deel van de olie nog in de motor en andere onderdelen. Als je direct meet, kan de waarde daardoor minder duidelijk zijn.
Wacht na het uitzetten van de motor enkele minuten. Bij sommige auto’s adviseert de fabrikant om de motor volledig te laten afkoelen. De precieze instructie kan per model verschillen. Kijk daarom bij twijfel in het instructieboekje.
Een vast moment helpt om de controle niet te vergeten. Je kunt bijvoorbeeld het oliepeil bekijken voordat je een lange rit maakt. Let ook extra op wanneer het oliewaarschuwingslampje gaat branden, wanneer je onder de auto een lekkage ziet of wanneer de motor opvallend veel olie gebruikt.
Dit heb je nodig voor de controle
Voor een gewone controle heb je weinig nodig. Zorg voor:
- een vlakke en veilige plek om de auto te parkeren
- een schone doek of een stuk keukenpapier
- de juiste motorolie voor jouw auto
- het instructieboekje als je de juiste olie of werkwijze wilt opzoeken
Gebruik geen willekeurige olie omdat de verpakking toevallig in de buurt staat. Motoren kunnen verschillende eisen stellen aan de olie. In het instructieboekje staat vaak welke soort en welke specificatie je nodig hebt. Bij twijfel kun je dit ook navragen bij een garage of de fabrikant.
Hoe controleer je het oliepeil van je auto
Bij veel auto’s controleer je de olie met een peilstok. De peilstok heeft meestal een gekleurde handgreep en zit boven op of aan de zijkant van de motor. Volg deze stappen.
- Parkeer de auto vlak. Zet de motor uit en trek de handrem aan. Zorg dat de auto stabiel staat en dat je veilig onder de motorkap kunt werken.
- Open de motorkap. Zoek de peilstok. Raadpleeg het instructieboekje als je niet zeker weet welke stok je moet gebruiken. De dop van de olievuldop is niet hetzelfde als de peilstok.
- Trek de peilstok eruit. Veeg de olie volledig van het uiteinde met een schone doek.
- Steek de peilstok terug. Duw hem helemaal terug op zijn plaats. Wacht kort en trek hem daarna opnieuw eruit.
- Lees het niveau af. Aan het uiteinde staan meestal twee markeringen. De onderste markering staat voor minimum en de bovenste voor maximum. De oliefilm hoort tussen beide markeringen te staan.
- Maak de peilstok schoon. Plaats hem na de controle weer goed terug.
Een dunne oliefilm kan soms lastig af te lezen zijn. Houd de peilstok horizontaal en bekijk beide kanten. Zie je verschillende waarden, ga dan uit van de kant waarop de olie het duidelijkst en gelijkmatigst zichtbaar is. Je kunt de meting nog een keer herhalen.
Wat betekent de meting
Staat de olie tussen de minimum- en maximummarkering, dan is het niveau meestal goed. Je hoeft dan niet meteen olie toe te voegen. Staat het niveau vlak bij de minimummarkering, controleer dan nogmaals of de meting goed is uitgevoerd. Bij een zeer laag niveau kan een kleine hoeveelheid bijvullen verstandig zijn, zolang je de juiste olie gebruikt.
Staat het oliepeil onder de minimummarkering, dan is er te weinig olie aanwezig. Vul rustig bij en controleer daarna opnieuw. Giet niet direct een grote hoeveelheid in de motor. Te veel olie kan namelijk ook problemen veroorzaken.
Komt het oliepeil boven de maximummarkering uit, voeg dan niets meer toe. Een te hoog niveau moet je niet zelf proberen op te lossen door zomaar olie af te tappen als je niet weet hoe dat veilig moet. Laat het niveau controleren door een garage.
Motorolie bijvullen zonder te veel toe te voegen
Moet er olie bij, zoek dan eerst de olievuldop. Op de dop staat vaak een oliesymbool. Draai de dop voorzichtig los en leg hem op een schone plek.
Giet steeds een kleine hoeveelheid bij. Wacht daarna even en controleer opnieuw met de peilstok. Zo voorkom je dat je ongemerkt boven de maximummarkering uitkomt. Gebruik eventueel een trechter om morsen op de motor te voorkomen.
Sluit de olievuldop na het bijvullen goed. Veeg gemorste olie weg en controleer of de peilstok correct is teruggeplaatst. Start de motor pas wanneer alle losse materialen uit de motorruimte zijn verwijderd.
Een beetje olie tussen twee controles kan normaal zijn, maar het gebruik verschilt per auto en motor. Moet je vaak olie bijvullen, dan is het verstandig om de oorzaak te laten onderzoeken. Er kan sprake zijn van een lekkage of van olieverbruik in de motor.
Let op deze signalen
Het oliepeil controleren is extra belangrijk wanneer je een van deze signalen opmerkt:
- het oliewaarschuwingslampje gaat branden
- je ziet olie op de grond onder de auto
- de motor maakt een ongewoon tikkend of ratelend geluid
- je ruikt een sterke geur van verbrande olie
- je moet steeds vaker olie bijvullen
- er komt opvallend veel rook uit de uitlaat
Een waarschuwingslampje voor de oliedruk is niet hetzelfde als een melding dat het oliepeil iets te laag is. Stop op een veilige plaats en zet de motor uit wanneer een rood olielampje tijdens het rijden blijft branden. Rijd niet zomaar door om thuis te komen. Laat eerst controleren wat er aan de hand is.
Controleer ook niet alleen het peil als je een lekkage vermoedt. Een lekkage kan olie op hete onderdelen laten komen. Dat kan rook of een brandlucht veroorzaken. Laat de auto in zo’n situatie nakijken.
Auto’s zonder peilstok
Niet iedere moderne auto heeft nog een traditionele peilstok. Sommige modellen meten het oliepeil elektronisch. Je leest de waarde dan af via het dashboard of het infotainmentscherm.
De meetprocedure kan bij deze auto’s anders zijn. Soms moet de motor warm zijn, soms moet de auto juist enige tijd stilstaan. Volg daarom de stappen uit het instructieboekje. Vul nooit olie bij op basis van een onduidelijke melding zonder eerst te controleren wat de auto precies aangeeft.
Een elektronische meting is handig, maar ook daarbij blijft regelmatig onderhoud belangrijk. De auto kan een laag oliepeil melden, terwijl er daarnaast een lekkage of een ander technisch probleem speelt.
Veelgemaakte fouten bij olie controleren
Meteen na het rijden meten
Wanneer de olie nog door de motor circuleert, kan de meting afwijken. Wacht daarom de voorgeschreven tijd af en meet onder de omstandigheden die de fabrikant aangeeft.
Op een helling parkeren
Op een schuine ondergrond staat de olie niet gelijk verdeeld in het carter. Daardoor kan het peil hoger of lager lijken dan het werkelijk is. Parkeer zo vlak mogelijk.
De verkeerde olie gebruiken
Niet elke motorolie past bij iedere motor. Kijk naar de eisen van jouw auto en meng niet zomaar verschillende soorten wanneer je niet weet of dat geschikt is.
Te veel olie bijvullen
Meer olie is niet automatisch beter. Vul stap voor stap bij en controleer na iedere kleine hoeveelheid opnieuw.
Een vervuilde peilstok gebruiken
Oude olie aan de peilstok kan de nieuwe meting vertroebelen. Veeg de stok daarom eerst schoon en meet daarna nog een keer.
Wanneer laat je de auto controleren
Laat een garage naar de auto kijken als het oliepeil snel daalt, als je een plas olie ziet of als je niet kunt bepalen welke olie geschikt is. Ook vreemde motorgeluiden, rook of een oliewaarschuwingslampje zijn redenen om niet alleen olie bij te vullen en daarna door te rijden.
Een laag oliepeil kan een eenvoudig gevolg hebben, maar het kan ook wijzen op een technisch probleem. Door op tijd te stoppen en advies te vragen, voorkom je mogelijk grotere schade.
Een vaste controle maakt onderhoud eenvoudiger
Wie weet hoe je het oliepeil van je auto controleert, kan een belangrijk onderdeel van het onderhoud zelf uitvoeren. Controleer op een vlakke ondergrond, gebruik de juiste olie en vul altijd voorzichtig bij. Houd daarnaast in de gaten hoe vaak je olie moet toevoegen. Verandert dat plotseling, laat de auto dan nakijken.
