Wanneer wordt een autorit een risico? De invloed van leeftijd, gezondheid en medicijnen

author
4 minuuts, 17 tweedes Lees

Een auto kan technisch helemaal in orde zijn, terwijl er toch iets verandert aan de veiligheid achter het stuur. Niet door een defect aan de auto, maar door veranderingen bij de bestuurder zelf. Leeftijd, gezondheidsproblemen en medicijngebruik kunnen allemaal invloed hebben op het veilig besturen van een auto.

Dat betekent niet dat ouder worden automatisch leidt tot slechter autorijden. Ervaren bestuurders hebben vaak veel verkeerssituaties meegemaakt en weten goed wat ze kunnen verwachten. Tegelijkertijd kunnen bepaalde lichamelijke of medische veranderingen ervoor zorgen dat autorijden meer moeite kost dan voorheen.

Leeftijd en autorijden: ervaring tegenover verandering

Er is geen vaste leeftijd waarop iemand niet meer veilig kan autorijden. Wel verandert het lichaam naarmate iemand ouder wordt. Het zicht kan achteruitgaan, het gehoor kan minder worden en het kan meer tijd kosten om op onverwachte situaties te reageren.

Vooral in druk verkeer kunnen zulke veranderingen merkbaar worden. Een kruispunt met meerdere rijstroken, fietsers en voetgangers vraagt bijvoorbeeld veel van het vermogen om verschillende verkeersprikkels tegelijk te verwerken.

Dat zegt op zichzelf nog niets over de rijgeschiktheid. Het gaat om de vraag of iemand lichamelijk en geestelijk nog in staat is om veilig aan het verkeer deel te nemen. Het CBR beoordeelt die rijgeschiktheid wanneer daar binnen de rijbewijsketen aanleiding voor is.

Gezondheid kan een rol spelen bij rijgeschiktheid

Ook een verandering in de gezondheid kan gevolgen hebben voor autorijden. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde oogproblemen, neurologische aandoeningen of andere medische situaties die het bewustzijn, zicht, reactievermogen of functioneren kunnen beïnvloeden.

Een medische aandoening betekent overigens niet automatisch dat iemand niet meer mag rijden. Per situatie wordt bekeken wat de aandoening betekent voor de rijgeschiktheid. Soms kan iemand gewoon blijven rijden, terwijl in andere gevallen voorwaarden of een aanvullende beoordeling nodig zijn.

Wie al een rijbewijs heeft en te maken krijgt met een verandering in de gezondheid, kan dit bespreken met de eigen arts. De Rijksoverheid adviseert dat bijvoorbeeld ook wanneer iemand andere medicijnen gaat gebruiken of een nieuwe medische aandoening krijgt. Afhankelijk van de situatie kan vervolgens een beoordeling door het CBR nodig zijn.

Medicijnen achter het stuur

Medicijngebruik is een factor die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Veel medicijnen hebben geen gevolgen voor deelname aan het verkeer, maar sommige kunnen de rijvaardigheid wel beïnvloeden.

Bijwerkingen zoals slaperigheid, duizeligheid of wazig zien zijn bijvoorbeeld relevant wanneer iemand daarna achter het stuur stapt. Bij bepaalde medicijnen kan autorijden zelfs helemaal niet zijn toegestaan.

Daarom is het belangrijk om bij medicijngebruik na te gaan wat de gevolgen voor deelname aan het verkeer zijn. De arts of apotheker kan daarover adviseren. Ook kan worden gecontroleerd of een bepaald medicijn invloed heeft op de rijvaardigheid.

Het is daarbij niet verstandig om zelf met voorgeschreven medicatie te stoppen om te kunnen blijven autorijden. Als een geneesmiddel problemen oplevert, kunnen arts en apotheker bekijken of aanpassing of een alternatief mogelijk is.

Wanneer merk je dat autorijden lastiger wordt?

Veranderingen in rijgedrag ontstaan niet altijd plotseling. Soms zijn het kleine dingen die iemand zelf opmerkt. Rijden in het donker wordt bijvoorbeeld lastiger of een drukke verkeerssituatie kost meer concentratie dan vroeger.

Ook onzekerheid tijdens het rijden kan een aanleiding zijn om eens kritisch naar de situatie te kijken. Dat betekent niet meteen dat iemand medisch ongeschikt is om te rijden. Een enkele vergissing in het verkeer zegt weinig. Het wordt relevanter wanneer bepaalde problemen vaker terugkomen of duidelijk samenhangen met een verandering in de gezondheid.

Het onderscheid tussen rijvaardigheid en rijgeschiktheid is hierbij belangrijk. Rijvaardigheid gaat onder meer over het daadwerkelijk kunnen besturen van een voertuig en het toepassen van verkeersregels. Rijgeschiktheid heeft betrekking op de lichamelijke en geestelijke geschiktheid om te rijden.

Wanneer komt een rijbewijskeuringsarts in beeld?

Een rijbewijskeuringsarts komt in beeld wanneer binnen de procedure rond de rijgeschiktheid een medisch onderzoek nodig is. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij het verlengen van een rijbewijs vanaf 75 jaar of wanneer het CBR op basis van een Gezondheidsverklaring aanvullende medische informatie nodig heeft.

Voor iemand die 75 jaar of ouder is en het rijbewijs wil verlengen, is een medische keuring onderdeel van de procedure. Eerst wordt een Gezondheidsverklaring ingevuld. Vervolgens kan het CBR aangeven dat een afspraak met een keuringsarts nodig is. Daarna beoordeelt het CBR de verzamelde medische informatie en wordt bepaald of iemand rijgeschikt is.

Een medische keuring is dus geen rijexamen. De arts beoordeelt de medische situatie die van belang kan zijn voor de rijgeschiktheid. Het uiteindelijke oordeel over de rijgeschiktheid ligt bij het CBR.

Veilig onderweg begint bij meer dan de auto

Een goed onderhouden auto blijft natuurlijk belangrijk. Goede banden, goed werkende remmen en voldoende verlichting dragen allemaal bij aan verkeersveiligheid. Maar de bestuurder is minstens zo belangrijk.

Veranderingen in zicht, gezondheid of medicijngebruik kunnen invloed hebben op hoe iemand aan het verkeer deelneemt. Daar hoeft niet meteen een grote conclusie aan verbonden te worden. Wel is het verstandig om veranderingen serieus te nemen en bij twijfel medisch advies in te winnen.

Voor wie binnen de rijbewijsprocedure een medische beoordeling nodig heeft, kan een rijbewijskeuringsarts onderdeel zijn van het traject. Uiteindelijk draait het om één centrale vraag: kan iemand, gezien zijn of haar medische situatie, veilig blijven deelnemen aan het verkeer?

Vergelijkbare berichten